800 jaar Boskoop in Boomkwekerijmuseum Boskoop

01 mei - 31 december 2021
  • Boomkwekerijenmuseum
    Reijerskoop 52
    2771 BR
    BOSKOOP

DEEL 1
De missie van het Boomkwekerijmuseum is: ‘Gisteren – Vandaag – Morgen’. In de permanente expositie wordt op een educatieve en aantrekkelijke manier aan de ontwikkeling van de boomkwekerij aandacht geschonken.

Op 4 februari 1222 wordt de naam Buckescope genoemd in een akte, waarin beschreven staat dat graaf Willem I van Holland ‘de Heerlijkheid’/ ‘Het Ambacht’ schenkt aan de Abdij van Rijnsburg. Hij schonk de abdij daartoe 100 ponden zodat ze een schuld aan Gijsbrecht van Amstel en diens familie kon aflossen.

In de twaalfde eeuw bestond ons gebied uit een moeras met een dikke veenlaag. Vanaf de dertiende eeuw werd bijna overal overgegaan tot de afgraving ervan voor de turfwinning. In de zeventiende eeuw was al zo’n 61.000 ha van het huidige Groene Hart afgegraven. In ‘Buckescope ’ werd echter nauwelijks turf gewonnen dankzij een verbod van de Abdis van Rijnsburg. Zij gaf de voorkeur aan blijvende inkomsten van vruchtbomen boven eenmalige inkomsten van de handel in turf. Bovendien bleek de vruchtbare veengrond buitengewoon geschikt voor het kweken van vruchtbomen. Het vermeerderen van de bomen leerden de boeren van de entlieden van de abdij. Een handelsdocument van 10 november 1466 vertelt hoe Jan de Backer aan de Abdij van Rijnsburg “tyen peerenten ende X appelenten” leverde.

Bent u nieuwsgierig hoe het verder is gegaan? U bent welkom in het museum zodra het weer open mag. Laat uzelf verrassen in de tijdelijke en permanente exposities, de museumkwekerij en de boomkwekerswoning.

 

DEEL 2

In het midden van de zeventiende eeuw heeft Boskoop zich al ontwikkeld tot een echt boomkwekerscentrum. Een eeuw later begint ook de ontwikkeling van de handel, zoals blijkt uit de catalogus van Gerard Vrijdag, ‘Boomkweker en Boomenverkoper te Boskoop in Holland by Gouda’.

Vanaf 1813 exporteren zo’n vijftig Boskoopse kwekers hun producten naar Engeland, Duitsland, Scandinavië, Rusland en zelfs Noord-Amerika. In 1856 wordt de nog steeds bekende en lekkere ‘Schoone van Boskoop’ ontwikkeld door K.W.J. Ottolander. Tussen de regels van de vruchtbomen worden aardbeien geteeld. Het kweken van vruchtbomen, vooral appelbomen, blijft belangrijk, maar dankzij planthunters als Von Siebold bereikten honderden planten uit Azië onze streken en groeide ook de sierteeltcultuur.

Tussen 1900 en 1910 vindt de definitieve omslag plaats van nuts- naar sierteeltgewassen. Langzaam maar zeker ontstaat het grootste aaneengesloten sierteeltcentrum ter wereld.

In onze museumkwekerij vindt u bomen- en plantensoorten die gekweekt werden rond 1910. Ook de boomkwekerswoning is ingericht naar de mode van die tijd.

In de twintigste eeuw zet de ontwikkeling zich voort ondanks de crisis en de twee wereldoorlogen. De kwekerijen worden groter, er worden nieuwe plantensoorten gekweekt en nieuwe afzetgebieden gevonden. En hoewel er nog altijd veel handwerk is, heeft de mechanisatie het werk lichter gemaakt.

Het voert te ver de ontwikkeling van de boomkwekerij hier tot in detail uit de doeken te doen. Maar komt u naar het Boomkwekerijmuseum, dan ziet u die ontwikkeling op een aantrekkelijke en educatieve manier.

We hopen dat museumbezoek binnenkort weer mogelijk is en we zien uit naar uw bezoek. En u weet het: met de museumkaart is de entree gratis.

Deel deze pagina