Daarom die hashtag, dat hekje.

Daarom die hashtag, dat hekje.

  • Cor Hospes
    storytelling & contentmarketing

Cavalaire-sur-Mer. Een plaatsnaam die klinkt als poëzie en ruikt naar zwoele mediterrane zomers. Daar zag ik haar op de boulevard in de zomer van 1980. En ik was direct verliefd. Twee dagen later moest zij terug naar huis. Ik had amper tijd haar nog een keer te spreken en ik moest haar nog een keer zien.

17 jaar was ik. Zij was 16. Ik kwam uit Heerenveen, zij uit Alphen. Wij kwamen samen in Cavalaire-sur-Mer. 

Afspreken in Alphen wilde zij niet. Want Alphen aan den Rijn, echt, dat was een vreselijk plek, zei ze. Zij wilde na de middelbare school ook direct naar Leiden, Amsterdam of Utrecht. Dus laten we elkaar daar ontmoeten, op het station, op perron 7, en dat deden we. In Utrecht kusten we ook, ergens op de Bemuurde Weerd, en ik was weken in de war. Totdat de brievenbus zweeg, en ook mijn pen opdroogde.

Ongeveer tien jaar later was ik hockeytrainer en coach in Utrecht. Van de Dames 1 van USHC. Ik kreeg de selectie ruim een maand voor het begin van de competitie in mijn schoot geworpen. Omdat de oorspronkelijke coach er geen heil in zag. Ik mocht een team uit 22 meiden selecteren. Een van hen was Mariëtte. Vers aangekomen in Utrecht. Een veel te leuk meisje, vond ik. Daarom beter voor haar geen plaats.

Mariëtte kwam uit Alphen. Vreselijke plaats, vertelde zij. Zij was zo blij dat zij in Utrecht woonde. En ik ook. 

Ik reisde in die tijd als journalist veel door Nederland. Altijd als ik op de A4 de afslag Alphen aan den Rijn zag, moest ik denken aan de woorden van Nicole en Mariëtte. Ik herinnerde me ineens dat gifschandaal in de Coupépolder ook. Afval aan den Rijn.

En toen kwam Tristan en een paar jaar later volgden twee hijskranen die op een kwartetje huizen donderden in het centrum van Alphen aan den Rijn.  

Vlek op vlek op vlek. Voor elk merk desastreus. Killing ook voor het imago van een stad, en dat van Alphen rook al niet fris.

Het wondermiddel voor gemeentebestuurders: citymarketing. Althans zo wordt dat de laatste jaren gepresenteerd. Met citymarketing kan je je stad of streek met een paar flinke kwasten flats flats op de kaart zetten. Voor bezoekers, bewoners, bedrijven en bollenbozen. 

Zomaar een stad in de markt zetten, nou, dat is fiks lastiger dan een product. Een stad is complexer. Er wonen, werken, studeren en recreëren mensen. Die kopen er schoenen en drinken er café latte. Elke bewoner beleeft zijn stad anders. Net zoals elke bezoeker. 

Waar begint een stad of wanneer praat je over de gelijknamige gemeente. Hoort Schiphol bij Amsterdam? Zandvoort sinds kort wel, althans onder de naam Amsterdam at Sea. De Loosdrechtse Plassen heten sinds kort Amsterdam Lakes. Nog even en Edam heet Amsterdam Cheese Village en Volendam gaat door het leven als Amsterdam Port.

Leuk idee ook om nieuwe bewoners aan te trekken. Maar als je weet dat slechts 7% van de ‘verhuizende’ Nederlanders van de ene regio naar de ander trekt, ja, op wie richt je je dan. De enigen die makkelijk van de ene naar de andere plek hoppen, zijn studenten, net afgestudeerd, als ze vanwege werk, vervolgstudie of relatie naar elders verhuizen. 

Zorg dan ook voor een flinke pot stageplaatsen. Zo kunnen bollenbozen en andere studenten al vroeg kennis maken met je stad en wie weet, willen ze na afloop van hun stage en studie blijven hangen.

Ook interessant: retourmigranten. Mensen die op basis van nostalgische gevoelens willen terugkeren naar hun geboortestek.

Ook bedrijven aantrekken lijkt kansloos. 67% van hen verhuist binnen gemeentegrenzen. Ze zijn te gehecht aan hun vestigingsplaats. Slechts 2,5% van alle intergemeentelijke bedrijfsverhuizingen gebeurt over een afstand van meer dan 100 kilometer. 

Citymarketing inzetten voor het aantrekken voor nieuwe bedrijven en nieuwe bewoners heeft dan ook niet zoveel zin. Slimmer: richt je bij citymarketing op bezoekers. Dagjesmensen en toeristen. Die zijn in tegenstelling tot bewoners en bedrijven veel mobieler. Zijn op zoek naar belevingen en ervaringen die ze thuis niet kunnen vinden.   

Natuurlijk, architectuur, cultuur, historie, winkels en horeca, ze werken als blikvangers voor bezoekers. Maar hoe uniek is een iconisch hoogstandje, cultureel erfgoed of mooi landschap nog? 

Concentreer je liever op een aanbod dat je in andere steden niet zo snel vindt. 

Wat maakt jouw stad anders dan al die andere steden die ook bezoekers proberen te trekken?

Dit vraagt om keuzes. Hoe scherper, hoe beter. Daarom ook moet je politiek bij citymarketing buiten de deur houden. Wethouders en andere bestuurders kunnen geen keuzes maken. Politici willen er zijn voor iedereen. Ze zijn allemansvriendjes. Daarbij zien zij hun stad als het middelpunt van het universum waar bezoekers, bewoners, bedrijven en bollebozen vanzelf naartoe verhuizen. Zolang je maar een leuke slogan, logo en campagne hebt.

‘Helemaal Hengelo’, ‘Daarom Diemen’, ‘Je Treft ’t in Tiel’, ‘Beleef Boxtel’, ‘Zin in Zevenaar’, ‘Je doet het in Doetinchem’. ‘Zoom in op Zutphen’, ‘Alkmaar Prachtstad’: inwisselbare rijmelarij. Allemansvriendjes gebeuzel.

‘Veelzijdig Valkenswaard’, zeggen ze in Valkenswaard. En iets verderop: ‘Veelzijdig Valkenburg’. Hoe veelzijdig en inwisselbaar wil je het hebben.

Hoe pijnlijk is deze: ‘Hoorn moet je voelen!’

De grappigste Sinterklaas-dichters wonen in Harlingen. ‘Harlingen heeft Wad!’

Positioneren is discrimineren. 

Leerdam positioneert zich heel duidelijk als het centrum van de Nederlandse glaskunst. Met een duidelijke focus op bemiddelde WHOP-pers, ja, sorry, zo heten die wealthy healthy older people.

Deventer is de boekenstad. Ook hiermee richten ze zich in de Hanzestad op een duidelijk publiek. Den Haag afficheert zich in het buitenland als International City of Peace and Justice.

Zoals Gouda zich als kaasstad nadrukkelijk op de internationale toeristenmarkt focust.

Allen wie kiest, wordt gekozen. 

Als je een duidelijke keuze hebt gemaakt, verplaats je dan, bij elke van de vijf stappen van de visitor journey, heel goed in de bezoeker waarop jij je richt.

1) Besluiten. De keuze voor een bepaalde stad kan het gevolg zijn van een bericht uit de media, een brochure, een aanbieding, een artikel in een magazine of krant, een website, een tip van familie of vrienden of eerdere ervaringen. Hoe en waar vinden bezoekers jouw stad.

2) Zoeken en boeken. Het gemak waarmee bezoekers hun trip of citybreak kunnen regelen is van groot belang. Vinden ze snel alle basic informatie? Zijn er goedkope arrangementen? Wat zijn de meningen van eerdere bezoekers?

3) Reizen en aankomen. Wat is de eerste indruk van de stad? Hoe is de bewegwijzering? Kun je makkelijk parkeren? Is er draadloos internet? Hoe bezoekersvriendelijk is je station en directe omgeving. Voor veel bezoekers de eerste kennismaking met een stad.

4) Beleven. Bezoekers doen allerlei indrukken op en vellen een oordeel over de mensen, de sfeer, het winkelaanbod, de attracties, de dienstverlening en de infrastructuur.

5) Vertellen. Denk aan souvenirs. Hoor je nog wat terug van het hotel waar je verbleef?

Ik was recent in Cleveland. Een stad met een industrieel verleden, zware industrie, veel vervuiling. De rivier die door de stad stroomt, stond in de jaren zeventig in de hens. Zo vies was die. 

Cleveland vocht terug. Vond zijn vertrouwen terug. En dat zie je terug aan de bewoners. Op tal van plekken in de stad vind je winkels waar je kleding met Cleveland-opdruk kunt kopen. Niet alleen toeristen nemen die mee, maar met name de inwoners zelf die met trots de naam van hun stad uitdragen.

Ik kocht een Cleveland-cap. Enkele weken later in Amsterdam werd ik op straat aangesproken. ‘Is that really a Cleveland Browns cap you’re wearing? Wow man, I’ll have to tell my friends in de States. Can I make a picture of you?’ 

Ik was een ambassadeur van de stad.

Welke souvenirs kunnen bezoekers eigenlijk in Alphen krijgen?

Neem die visitor journey serieus. Goede folderteksten dan wel een prima website met praktische info; gebruiksgemak bij het boeken; de kwaliteit van de stationsomgeving en parkeervoorzieningen; heldere informatievoorziening in openbare ruimte; een gastvrije behandeling in de horeca: ze zijn van grote invloed op mensen die voor de eerste keer een stad bezoeken. Valt het ergens tegen, dan moet je als stad extra je best doen het tegendeel te bewijzen. Zijn bezoekers tevreden, dan maken ze gratis reclame in hun netwerk en komen ze misschien nog eens terug.

Binnen die visitor journey wordt de eerste stap steeds belangrijker. Mensen worden immers overspoeld met informatie. Hoe kunnen citymarketeers in die media-explosie hun publiek bereiken?

Dat lukt ze alleen met opvallende marketingcommunicatie: een spraakmakende website, een bijzonder filmpje, originele acties en het genereren van buzz.

Wat heeft Alphen bezoekers te bieden. Er is het Avifauna en Archeon, en Alphen ligt in het centrum van het Groene Hart van Holland. Alphen heeft 900 hectare natuurgebied, 230 kilometer wandelpaden en 20 vierkante meter stiltegebied. 

In een straal van 10 kilometer tussen Aarlanderveen en Zwammerdam liggen 50 recreatieboerderijen, 50 locaties met ‘watergebonden’ activiteiten, 250 eetgelegenheden en 100 plekken om te slapen.

Daar liggen kansen.

Zorg voor goed gemarkeerde wandel- en fietspaden, en een goede navigatie. Faciliteer in samenwerking met horeca goede vertrek- en aankomstpunten voor auto’s die fietsen achterop meedragen.

Regio, recreatieondernemers en reisorganisaties.
Werk samen. Ga linken. Mensen gaan niet fietsen of wandelen in Apeldoorn, maar op de Veluwe. Mensen gaan niet fietsen of wandelen in Ruurlo, maar in de Achterhoek. Mensen gaan niet fietsen of wandelen in Alphen, maar in het Groene Hart van Holland. Vanuit het centrum binnen enkele kilometers te bereiken.

Linken, samenwerken, het hoort als geen ander bij Alphen. De 20 van Alphen, de Jaarmarkt, Lakeside, Zomerspektakel, Oldtimerdag, de Gondelvaart: er worden in Alphen veel festivals en events georganiseerd. Ondersteund door bedrijven en vrijwilligers. 

Kijk ook naar de VOA (Vereniging Ondernemers Alphen), onze gastheer vandaag, het is de grootste ondernemersvereniging van ons land. 

Alphen kent gemeenschapszin. Mensen zijn connected. Zijn op allerlei manieren via tal van verenigingen en (sport)clubs met elkaar verbonden. Ze zijn met elkaar gelinkt. Met de Rijn als grote verbinder die door de stad loopt.

Maak bewoners bewust van hun stad. Geef ze munitie waarom ze best wel een beetje trotser mogen zijn op hun stad.  

Betrek bewoners bij citymarketing. Link ze aan citymarketing. Betrek ze bij de verhalen uit de stad. Geen toeristische blablabla maar echte verhalen van bewoners. Met een tikkie nadruk op jongeren; zij waaien immers uit. Zij gaan straks studeren, gaan op kamers. En je wilt niet dat ze à la Nicole en Mariëtte aan hun vrienden en vriendinnen vertellen wat voor nare stad Alphen is. Tis veel prettiger als ze fungeren als ambassadeur, vol enthousiaste verhalen. En dat ze blijven gelinkt aan de stad waar ze vandaan komen, opdat ze misschien er weer terugkeren.

Waarom ook niet. Kijk naar de huizenprijzen in studentensteden als Leiden, Utrecht en Amsterdam. Dan kun je toch beter gaan kopen in Alphen, strategisch gelegen in de Randstad, een kwartier van Leiden, een half uur van Utrecht, omringd door groen, in de op een na gelukkigste gemeente van Nederland.

Daarom #Alphen. Daarom #Boskoop. Daarom #Aarlanderveen. Daarom die hashtag, dat hekje. Omdat je daarmee elkaar nog makkelijker kunt vinden en daardoor nog makkelijker met elkaar kunt linken. Of je nou bewoner, een bedrijf, bezoeker of bolleboos bent.

O ja, ik heb Nicole en Mariëtte allebei nog even gegooglet. Via sociale media. Nicole heb ik niet kunnen traceren. Mariëtte woont weer in Alphen, zag ik. Zij is weer gelinkt met haar oude vriendinnen. Zo slecht was dat Alphen dus allemaal niet. 

Deel deze pagina

Welkom! Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. We gebruiken deze cookies alleen voor het verzamelen van analytische gegevens. Deze gegevens zijn volledig anoniem en uw privacy wordt hierin niet aangetast.